![]() |
| De vriend van juf Virginie is kok en heet Olivier. Wij mochten hem kok Olli noemen. |
![]() |
| Eerst moeten de handen en de groentjes gewassen worden. |
![]() |
| Alle groentjes moesten in kleine blokjes gesneden worden. |
![]() |
| Dat was veel werk. |
![]() |
| Iedereen hielp mee. |
![]() |
| Kok Olli zag dat het goed was. |
![]() |
| Alle groentjes gingen in de pan. Iedereen mocht even roeren. |
![]() |
| We maakten een heerlijke ratatouille met couscous. |
![]() |
| Smullen maar! |
![]() |
| Bedankt kok Olli!! We hebben veel geleerd. |



































